Op een dag besloot Daanke eens wat cocktails met Akskimo en Leroon te gaan drinken bij Daanke thuis. Akskimo was al bij Daanke blijven slapen dus Akskimo en Daanke haalden Leroon op van station Beesd. Dit keer hopelijk met succes, want Daanke was al een keer voor lul naar het station gereden op zijn stalen ros om Leroon op te halen. Leroon echter, was het niet gelukt op de trein te halen, terwijl hij maar 5 minuten verwijdert was van station Geldermalsen. Maargoed, Akskimo en Daanke namen beide een fiets en begonnen een retourtje station Beesd. Onderweg bespraken zij hoe ze Leroon eens goed konden volstoppen met alcohol. Na hier eens flink over gediscussieerd te hebben, kwamen zij echter tot de conclusie dat dit niet zo’n geslaagd idee was. Nee, deze avond zouden ze beschaafd houden.
Toen ze aankwamen op station Beesd, kwam de trein van Leroon net het perron oprijden. Dit keer bevond hij zich wel in de trein. Hij wandelde als een echte stoere mocro richting Daanke en Akskimo. Zij dachten op het eerste moment dat Leroon onder invloed was van sushi of iets dergelijks. Dit was echter niet het geval. Daanke gaf Leroon de kutste fiets en ze fietsten gezamelijk naar het huis van Daanke. Onderweg werd vanalles verteld, maar Daanke volgde het niet echt. Daanke genoot van de buitenlucht en keek maar een beetje in het rond.
Het was ondertussen al 9 uur en Daanke had al aardig wat op. In tegenstelling tot Leroon die 3/4e van de door Daanke genuttigde hoeveelheid op had. Akskimo had zich deze avond voorgenomen niet al te veel te drinken, dus die dronk een mojito en wat martini. Daanke produceerde allerlei hoog-alcoholische cocktails en gaf deze aan Leroon. Zelf nam hij tussendoor wat shots wodka en tequila. Niet slecht dacht Daanke. Leroon begon over de meest rare onderwerpen te praten en Daanke besloot dat het slimmer was om zich gewoon te concentreren op het maken van lekkere drankjes in plaats van naar het gekakel van Leroon te luisteren.
Minuten gingen voorbij en Leroon moest even naar de WC. Niks mis mee, toch? Wel in Leroons geval. Hij stond op uit zijn lederen stoel en liet zich maar even vallen tegen de boekenkast van Daanke. Daar lag hij met een verontwaardigd gezicht voor zich uit te staren. Daanke en Akskimo lachtten zich dood en hielpen hem overeind. Leroon liep al wankelend naar de WC en raakte in dat kleine stukje lopen 2 stoelen, een glas en de deurpost. Akskimo en Daanke hoorden daarna geklaag van Leroon. Hij kon de deurklink niet vinden. Logisch, dachten Akskimo en Daanke. Want die zit aan de andere kant, Leroon. Leroon deed zijn best om goed te richten. Of dit gelukt is zou niemand kunnen weten, want niemand heeft gekeken. Daanke besloot maar om even een luchtje te gaan scheppen. Ookal was Daanke licht aangeschoten, hij hielp, met een beetje hulp van Akskimo, Leroon naar beneden te begeleiden.
Toen ze allen buiten waren, besloot Leroon maar eens te gaan wildplassen. Zonder succes, want na 2 minuten maakte Daanke Leroon duidelijk dat er toch echt niet veel meer uit gaat komen. Hij was immers binnen al geweest. Leroon had erg veel moeite om rechtop te blijven staan, laat staan lopen. Hij viel dan ook een paar keer om voordat ze het bankje bereikten. Daanke nuttigde onderweg nog wat shots tequila met citroen en besloot op het bankje te gaan zitten. Toen ze met z’n 3en op het bankje zatten, keken ze naar het huis van Bertje. Leroon reageerde echter niet meer volledig. Toen Akskimo besloot maar weer terug te gaan stond Leroon op. Naja, dat dachten ze. Leroon zakte in elkaar op de grond. Fijn, dacht Daanke. Dat wordt tillen. Akskimo vond het allemaal maar een beetje eng. Zo’n bewegingsloze Leroon op de grond. Daanke vond het eigenlijk wel grappig. Hij had al eerder zoiets meegemaakt en maakte zich alleen zorgen om het weer. Daanke legde Akskimo uit wat er aan de hand was en tilde Leroon op. Leroon woog naar zeggen van Daanke wel een paar honderd kilo. Leroon spande geen spier in zijn lichaam. Dat maakte het voor Daanke alleen maar moeilijker om hem te tillen.
Aangezien Daanke ook redelijk aangeschoten was, besloot hij Leroon maar even te deponeren op een parkeerplaats. Leroon ging toch nergens heen en Daanke had alle tijd van de wereld. Samen met Akskimo keek Daanke naar de iets onhandig liggende Leroon die met moeite lekker probeerde te liggen. Lachend, maar toch lichtelijk ge-ergerd pakte Daanke en Akskimo Leroon op van de straat en tilden hem nog een metertje of 100. Daar vond Daanke het wel weer genoeg en dumpte Leroon op de grond. Daanke stelde een paar simpele Ja/Nee vragen aan Leroon, waarop hij ook daadwerkelijk antwoord op kreeg. Leroon? Leef je nog? Vroeg Daanke. Jaaaaaaaaaaaaaaaaa, kreunde Leroon. Heb je te veel gedronken Leroon? Jaaaaaaaaaaaaa, was wederom zijn antwoord. Erg veel zinnigs kwam er niet uit. Alleen een hele hoop kots, waardoor de straat, Daankes hand en Leroon’s shirt onder zaten. Klootzak, dacht Daanke en besloot hem nu tot de voordeur te dragen. 3,2,1 en hop, daar gingen ze weer. Als iemand ze had gezien, hadden ze waarschijnlijk gedacht dat ze een lijk aan het verslepen waren.
Toen ze eindelijk bij de voordeur waren, hield Daanke Leroon vast en opende Akskimo alle deuren, zodat Leroon snel in bed gegooit kon worden. Daar gingen ze, vol moed de trap op. Als ze hem nu zouden laten vallen was hij dood. Dat was dan nog niet zo erg, maar het feit dat Daankes ouders dat dan zouden horen en weten was wat minder. De trap leek wel een berg, iets als de Mount Everest. Maargoed, ze haalden het en gooiden Leroon in bed. Het enige wat Leroon deed was zijn dekens pakken, zich omdraaien en hij sliep. Daanke en Akskimo besloten hun tanden maar te poetsen en gingen ook maar naar bed.
In bed praatten zij nog wat over wat er gebeurt was. Leroon’s stoere mocro street image, zoals hij het zelf noemt, was nu letterlijk een street image, maargoed. Leroon begon ineens te schreeuwen dat hij geen taxi wilde en dat soort crap. Even later werden er ook nog dingen gezegd als; “geborikotoppopd neiadeee daeniooo” en “mumamgv ussmmm gooo”. Erg veel wijzer werden Akskimo en Daanke er niet van en besloten maar te gaan slapen…
Leroon had het ongelukje overleefd, hij voelde zich kiplekker en had heerlijk geslapen. Daanke en Akskimo waren vreselijk moe en hadden spierpijn.
Dat doen ze dus even niet meer…